Ook de staatssecretaris doet een duit in uw zakje. Of haalt hij de duit (juist) uit dat zakje?
Door: mr Alexander J.J.T. Singewald - Singewald Consultants Group
Op 1 oktober 2009 zal het bel-me-nietregister operationeel zijn, zoals op 29 april 2009 aangekondigd door staatssecretaris Heemskerk van Economische Zaken. Er gaat het nodige veranderen. Op de valreep is toch nog rekening gehouden met de fondsenwervende instellingen. We vroegen dé expert op dit gebied, mr. Alexander Singewald, onze lezers te informeren.
Met het bel-me-nietregister komt een einde aan (of begint juist) de kippendrift om het gehele bedrijfsleven, maar vooral de goede doelen, te beperken in hun mogelijkheden om op een efficiënte manier nieuwe leden, donateurs en klanten te werven. Want wat is er nu voor een goed doel overtuigender dan aan de telefoon, in een dialoog, uit te kunnen leggen wat het goede doel doet en vragen direct te beantwoorden?
De regeling van het bel-me-nietregister zou uiteindelijk leiden tot een besparing van 18,33 miljoen euro. Laten we even meerekenen met de staatssecretaris: voor de blokkeringen in het bel-me-nietregister worden er jaarlijks 36,67 miljoen gesprekken van 1 minuut gevoerd. Dat is 611.111 uur tegen een uurtarief van € 30,-, wat een besparing oplevert van 18,33 miljoen euro. Besparen klinkt leuk, maar wat te denken van de gederfde omzet voor bedrijven en organisaties? En vergeet niet de toenemende kosten die gemoeid zijn met het gebruik van alternatieve dragers van de boodschap. Maar dat is gemakshalve buiten beschouwing gelaten. Voor andere leuke berekeningen kan men terecht in de toelichting op het Besluit bel-me-nietregister, 26 februari 2009, Staatsblad, 2009, nr 129. Hogere wervingskosten zijn de nachtmerrie van iedere fondsenwerver. Maar de staatssecretaris heeft daarmee rekening gehouden. In deze bijdrage zal worden ingegaan op de door hem geboden oplossing. Tot zover Den Haag Vandaag. Het zal niet de laatste keer zijn. Waar in dit artikel wordt gesproken over goede doelen gaat het om instellingen die in de wet worden omschreven als organisaties met ‘charitatieve of ideële doeleinden’. Naast de ‘goede doelen’ mag geacht worden daar ook onder te vallen de ‘rest van de wervende non-profitsector’.
Lees het volledige artikel in de bijgesloten PDF